Delen-Nieuws

Met welke beleggingen behoudt u uw koopkracht?

03 december 2020 | Delen-Nieuws

De Belgen hebben een baksteen in de maag, en een spaarvarken in de hand. Ze sparen ijverig voor hun gedroomde investering, pensioen of om hun kinderen een handje te helpen. Maar met de huidige lage rentetarieven is het niet zo eenvoudig om uw kapitaal efficiënt aan het werk te zetten. Hoe behoudt u uw levensstijl, moest de inflatie opnieuw opflakkeren? Hoe wapent u zich het best tegen koopkrachtverlies?

Gezonde inflatie

U hoeft geen econoom te zijn om het concept van inflatie te begrijpen: het gaat om een algemene prijsstijging over de hele lijn (en dus niet alleen voor bepaalde producten). U krijgt letterlijk minder waar voor uw geld.

Die inflatie wordt gemeten door de prijs te berekenen van een korf van goederen en diensten op verschillende ogenblikken in de tijd. Het jaarlijkse inflatiepercentage komt overeen met de vergelijking van de prijs van de goederenkorf van het ene jaar op het andere. Daalt de prijs van het mandje, dan spreekt men van deflatie.  

U vraagt zich misschien af of er zoiets bestaat als een ideaal inflatieniveau. Welnu, de Europese Centrale Bank (ECB) en de Amerikaanse Federal Reserve streven naar een inflatiepeil rond de 1,8% à 2% van het bruto binnenlands product (bbp) op jaarbasis. Waarom zijn de centrale banken een beperkte inflatie zo genegen? Omdat het wijst op een gezonde vraag naar goederen en diensten. Maar het evenwicht is precair, want de keerzijde van de medaille is dat de koopkracht een stukje uitgehold wordt.   

Rentebeleid als zuurstofpomp

De tijden van een stevige inflatie liggen al een tijdje achter ons. U moet teruggaan tot 1991 (29 jaar!) om de inflatie boven de 4% te zien uitstijgen. Sindsdien daalde die gestaag, tot bijna 0 procent. In dit coronajaar zakt het niveau in de Europese Unie zelfs tot -0,3% in oktober (cijfers Eurostat).

Evolutie van inflatie en rente op 10-jarige Duitse staatsobligaties

Bron: Cadelam, Bloomberg

Zolang de inflatie laag is, kunnen de centrale banken met gerust hart een beleid van lage rente aanhouden, zonder de economie te oververhitten. De referentierente of basisrente is het tarief waartegen een centrale bank geld uitleent aan de financiële instellingen. Momenteel bedraagt die ongeveer 0% in de eurozone en 0% à 0,25% in de Verenigde Staten. Het geld is dus zo goed als ‘gratis’. De ECB en de Federal Reserve houden de rentes bewust zo laag om de investeringen en consumptie aan te zwengelen. De lage rentes zijn daarmee de zuurstofpomp voor de economie die door corona zo zwaargekwetst is.

Voor de banken wordt de Belgische minimumrente van 0,11% op spaarrekeningen problematisch 

Naast het stimulerend effect, heeft die lage rente ook een ontradend effect, en wel voor spaarders. Geld op een spaarboekje brengt al jaren niks meer op. En, zo redeneren de centrale bankiers, dat zet de consumenten en bedrijven aan om te consumeren en investeren. Voor de banken wordt de Belgische minimumrente van 0,11% op spaarrekeningen ondertussen wel problematisch, want zelf moeten ze de ECB betalen om cash geld te plaatsen (negatieve rente van -0,5%). Het minimumtarief kost de banken bijgevolg handenvol geld. 

Negatieve reële rente: kans voor de overheid

Zolang de inflatie laag blijft, kunnen de banken dat nulrentebeleid aanhouden. Maar wat als de inflatie begint aan te tikken? Naarmate de coronacrisis onder controle geraakt in de volgende maanden, zal naar verwachting de inflatie stijgen, zij het nog ver onder de 2% grens. En die kleine prijsstijging is goed nieuws voor de regeringen die zich nu volop in de schulden moeten steken om hun stimuluspakketten te financieren. Waarom? Zij lenen tegen een kostprijs rond de nul procent, terwijl de gemiddelde inflatie maximum rond de 2% zal hangen. De rentelast, d.i. de kost van de schuld, weegt niet op tegen de voordelen die de overheid haalt uit haar investeringen (in infrastructuur, gezondheidszorg, etc.).  We spreken in dat geval van een negatieve reële rente. Voor overheden is het een kans om economische relanceplannen relatief goedkoop te financieren. En dat fenomeen wordt momenteel wereldwijd met veel enthousiasme gebruikt.

Welke beleggingen compenseert het koopkrachtverlies?

Wat goed is voor de overheden, is dat niet altijd voor de spaarder. Hij ziet de waarde van zijn geld immers eroderen op lange termijn. Hoe kan hij toch zijn koopkracht behouden? Welk rendement moet zijn spaargeld daarvoor opleveren? Nemen we het voorbeeld van een inflatiepercentage van 2% en een startkapitaal van 100.000 euro. Om de inflatie te dekken en daar bovenop een 1% reële stijging van de koopkracht te creëren, zal dat kapitaal 3% (middelste lijn) moeten opbrengen.

Simulatie evolutie kapitaal van 100.000 euro tegenover een inflatie van 2%, met een rendement van 1, 2, 3, 4 of 5%

Bron: Delen Private Bank

Hoe krijgt u dat voor mekaar? Door meer te sparen? Te beleggen in obligaties? Of in aandelen?

Cash is steriel

De tijd dat de rentevoeten flirten met 3 of 4% is voorbij. De nominale rente (exclusief inflatie) is sinds 2014 gestaag gedaald. Als we ook rekening houden met de inflatie, dan komen we uit op een negatieve reële rente.

De nominale rente (exclusief inflatie) is sinds 2014 gestaag gedaald

Wilt u uw vermogen volledig en onmiddellijk beschikbaar houden, dan leidt dat onverbiddelijk tot waardeverlies. Toch zijn er nog heel wat Belgen die zweren bij het spaarboekje. Eind oktober 2020 had België zo'n 300 miljard euro aan spaarrekeningen. Heeft u iets meer ambitie voor uw spaargeld? Dan bent u genoodzaakt om meer risico te nemen, in ruil voor een potentieel hoger rendement op de middellange/lange termijn.

Obligaties als stootkussen

Kunnen obligaties het koopkrachtverlies compenseren? Niet echt. Dit jaar bereikte het rendement op 10-jarige staatsobligaties in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland een historisch dieptepunt, dat soms zelfs onder de inflatie ligt.

Bedrijfsobligaties brengen evenmin soelaas, want ook daar zijn de coupons soms lager dan verwachte inflatie. De hoogrenderende obligaties (high yield-obligaties) dan maar? Helaas geldt ook daar hetzelfde verhaal: dalende rentevoeten, gecombineerd met een gelijkblijvend risico.

Volgens Cadelam, fondsbeheerder binnen de groep, compenseert het huidige rendement op bedrijfsobligaties niet langer het risico van deze obligaties. Daarom kiest de fondsenbeheerder voor de kwaliteit en liquiditeit van staatsobligaties eerder dan voor bedrijfsobligaties.

Obligaties zijn het stootkussen: ze vangen de schokken in de portefeuilles op.

Toch is er een belangrijke reden om obligaties in portefeuille te houden, zelfs al bieden ze geen hoog rendement. Ze vervullen immers de functie van buffer of stootkussen: als er onrust is op de markten, helpen ze de schokken op de markt op te vangen. Obligaties zijn dus een defensieve belegging, een bescherming voor als het stormt op de beurs.

En de winnaar is … aandelen 

Wie op zoek is naar rendement, komt vanzelf uit bij aandelen. Zij bieden niet enkel uitzicht op een mogelijk dividend, maar ook op koerswinst, tenminste als de bedrijven die de dividenden uitgeven een gezonde onderliggende winstgroei kunnen voorleggen. Daarbij mag u nooit uit het oog verliezen dat met dat extra potentieel rendement ook extra risico komt: de aandelenkoersen kunnen sterk fluctueren doorheen de tijd. Maar u kunt het risico van uw portefeuille wel beheren door uw beleggingshorizon voldoende lang te nemen en uw beleggingen te spreiden over diverse sectoren, regio’s en thema’s.  

Evolutie van de Duitse 10-jaarsrente, dividendenrendement van de Stoxx 600 en inflatievoet in de afgelopen 30 jaar

Bron : Cadelam, Bloomberg

Het gemiddelde dividendenrendement van de afgelopen 30 jaar varieert tussen 2% en 5%. Dat is fors hoger dan het gemiddelde inflatiepeil én dan de coupon op de 10-jarige Duitse staatsobligaties, die al enkele jaren onder de 2% ligt, het streefcijfer voor inflatie.

De grafiek hieronder zet de drie grote activaklassen nog eens samen. U ziet de evolutie van de rendementen uit het verleden (laatste 20 jaar in donkerblauw) tegenover de toekomstige rendementsvooruitzichten (volgende 5 jaar in lichtblauw) voor de verschillende activaklassen.

Verwacht rendement voor de verschillende activaklassen (meer dan 5 jaar) in vergelijking met historisch rendement (meer dan 20 jaar)

Bron: Cadelam, Bloomberg

Wat blijkt? Terwijl u in het verleden uw kapitaal ook kon laten renderen door te investeren in obligaties, is dat vandaag nauwelijks nog het geval. U moet al voor hoogrentende obligaties kiezen wil u toch wat rendement, en dan is het risico dat u loopt navenant. Aandelen lijken vandaag haast de enige bron van rendement. ‘Er is geen alternatief’, zuchten de beleggers dan wel eens.

Conclusie

Als de lage rentestand nog een tijdje aanhoudt (zoals de meeste analisten verwachten) en de inflatie een beetje aantikt, verliest u aan koopkracht. Tenzij u investeert in activa met voldoende rendement. Cash en obligaties kunnen u dat niet of nauwelijks bieden, al spelen ze wel een belangrijke rol als buffer om uw vermogen te beschermen als de beurzen naar beneden duiken. Voor een deftig verwacht rendement blijven aandelen de meest logische keuze. U doet er goed aan om de factor inflatie mee in rekening te brengen bij uw vermogensbeheer, en u af te vragen of het verwachte rendement u werkelijk in staat stelt om uw koopkracht op de lange termijn te behouden.

 
 
Nederlands
Nederlands Français