Delen-Nieuws

Delen Private Bank Brussel: renovatie van belle époque-erfgoed

30 september 2021 | Delen-Nieuws

Delen Private Bank kiest voor haar activiteiten graag panden met een rijke geschiedenis. Deze gebouwen symboliseren de langetermijnvisie van de bank, die de generaties overstijgt. Ze illustreren ook de passie waarmee Delen belangrijke Belgische architectuur en kunst wil beschermen.

Het Brusselse kantoor van de bank bevindt zich in huisnummers 68-70 en 72 van de Tervurenlaan, de 'koninklijke boulevard' die Leopold II eind negentiende eeuw liet aanleggen. Tijdens die periode veranderde de hoofdstad door de grote werken waartoe de koning opdracht gaf: hij wilde Brussel moderniseren, een welvarende uitstraling geven en met groenzones en brede lanen de levenskwaliteit verbeteren. Een mooie stad heeft immers een niet onbelangrijk effect op het welzijn van haar bewoners. Wat we vandaag met de term 'stedenbouw' omschrijven, noemde de koning 'art du dehors'. Bedoeling was om de hele openbare ruimte om te vormen tot één groot kunstwerk. In bepaalde wijken is die aandacht voor esthetiek duidelijk aanwezig in elke woning. De prestigieuze Tervurenlaan is een van de mooiste voorbeelden van dat stedenbouwkundige beleid. Architecten uit die tijd kregen er nieuwe mogelijkheden en genoten er een zekere vrijheid, niet in het minst door de grote oppervlakte van de bouwgronden.

Delen Private Bank Brussel

Dé uitdaging voor het Sarens-herenhuis: meer lichtinval

Herinneringen aan de belle époque

Het voormalige herenhuis van de familie Sarens op nummer 72 toont duidelijk de stilistische en stedenbouwkundige ‘explosie’ van het begin van de twintigste eeuw.

In 1905 koopt ingenieur Sarens een perceel grond voor hem en zijn vrouw langs de Tervurenlaan. Het jonge koppel maakt deel uit van de Brusselse bourgeoisie tijdens de belle époque. Ze zijn niet alleen verwant aan burgemeester Jules Anspach, een groot stedenbouwkundig pleitbezorger, maar ook aan de architectenfamilie Suys, die de plannen tekende voor tal van iconische gebouwen, zoals het station Brussel-Luxemburg, het Koninklijk Conservatorium of de Brusselse beurs.

Zelf deed de ingenieur een beroep op de Nederlandse architect Louis Berden (1865-1918). Dankzij zijn rijke verbeelding verrees een pand met overdadige lijnen in echte beaux-artsstijl. De gevel van simili- en natuursteen telt een ongelijk aantal traveeën boven een hoog souterrain, waarvan er een aantal iets uitspringen. Achteraan bevinden zich de vroegere stallen en garages voor koetsen en wagens. De geveldecoratie omvat zowel mythologische wezens, zoals feniksen met gespreide vleugels, als neoklassieke elementen. Het mansardedak werd in 1924 gewijzigd door architect A. Verhelle

Gezinswoning wordt nuntiatuur

De Eerste Wereldoorlog maakt een einde aan het vredige bestaan van het gezin. Hun woning wordt opgevorderd om er Duitse officieren in onder te brengen. Na het overlijden van het koppel in 1932 besluiten de kinderen om de woning te verkopen. Vier jaar later neemt de apostolische nuntius Micara er zijn intrek. Hierdoor zou het pand gedurende lange tijd een belangrijke rol spelen in internationale Brusselse kringen. Nadat de nuntius halfweg de jaren 70 vertrok, zou het herenhuis nog onderdak bieden aan verschillende ondernemingen, waaronder de holding Ackermans & van Haaren, vooraleer Delen het in 2010 aankocht.

Renovatie in dienst van de klanten en de medewerkers

Van 2010 tot 2013 leidden de interne teams van Delen Private Bank de renovatie van het voormalige herenhuis van de familie Sarens in goede banen.

Eerst werd de volledige gevel hersteld en opgeknapt. De natuursteen had immers veel te verduren gekregen door de vervuiling in de drukke Tervurenlaan.

De monumentale marmeren trap kreeg opnieuw een centrale rol toebedeeld als toegang tot de bovenverdieping. Op bouwtechnisch en stabiliteitsvlak waren het bijzonder complexe werken. De architecten voegden achteraan het historische gebouw een heel grote moderne vleugel toe die baadt in natuurlijk daglicht, zonder afbreuk te doen aan het oorspronkelijke karakter van de woning.

De salons op de benedenverdieping van het historische gedeelte werden in hun oude luister hersteld, terwijl in het achterdeel hedendaagse ontvangstruimtes werden gecreëerd met grote raampartijen. Achteraan werd een loopbrug voorzien om de parking met het gebouw te verbinden. De eerste verdieping vormde een ideale locatie om er een open space in te richten voor de medewerkers. De bovenverdieping is dan weer omgetoverd tot vergaderzalen en een eetruimte, en biedt een prachtig uitzicht over de tuinen die hier achter de gevels verscholen liggen. 

De kelderverdieping achteraan bood voldoende ruimte om er een zaal voor evenementen in onder te brengen. Tot slot kreeg ook de parking een make-over, met onder meer de toevoeging van groendaken.

De indeling van de verschillende ruimtes werd met kennis van zaken bepaald door de interne teams van de bank, terwijl mevrouw Marie-Alix Delen en haar dochter Anne-Sophie met veel passie en aandacht voor detail hebben gezorgd voor een inrichting met een warme uitstraling.

De verlichting vormt een rode draad doorheen de verfijnde wereld die zo is ontstaan. De armaturen zijn heel bijzonder en werden specifiek gekozen om de omgeving nog meer cachet te verlenen. Voor het voormalige kantoor van de nuntius – vandaag een vergaderruimte – heeft de Antwerpse verlichtingsspecialist Jan Pauwels zelfs een unieke creatie ontworpen. Het design van Belgische, Deense of Zweedse makelij zorgt voor een bijzonder effect in elke ruimte en gaat in dialoog met de meer dan een eeuw oude architectuur.

De bank breidt uit

Om in te spelen op de ontwikkeling van haar activiteiten, kocht de bank in 2017 het beschermde art-nouveaupand naast haar Brusselse kantoor, het voormalige 'Institut pour le traitement des yeux' van dokter H. Coppez (huisnummer 68-70).

Deze woning werd in 1912 opgetrokken door architect Jean-Baptiste Dewin (1873-1948), een belangrijke naam in de geometrische art nouveau, een stijl zonder decoratieve tierlantijntjes, met invloeden uit Japan en de Wiener Secession.
De architect was gespecialiseerd in herenhuizen, openbare gebouwen (zoals het gemeentehuis van Vorst) en ziekenhuizen (waaronder het Nationaal Instituut van het Bloed aan het Brugmannplein). De stijl van zijn creaties vormt in zekere zin een overgang tussen de kenmerken van de art nouveau en de art deco.

Het pand in de Tervurenlaan had een medische invulling tot in de jaren 60 en werd daarna heringericht als kantoorgebouw, onder meer voor een ziekenfonds. De aandacht voor het pand als waardevol architecturaal patrimonium ging in de loop der jaren echter wat verloren.

Het dubbelhuis met drie bouwlagen op een hoog souterrain en drie ongelijke traveeën onder mansardedak heeft een lijstgevel van witte baksteen op een onderbouw van blauwe hardsteen. Het geheel straalt een elegante eenvoud uit, gedecoreerd met mozaïeken, siersmeedwerk en geometrische florale steunmuren. Het sobere pand geeft zichzelf geleidelijk prijs en blijkt met bijen, vogels, kikkers… een schat aan dierenreferenties te bevatten.

Na de aankoop door de bank hebben de interne teams er alles aan gedaan om het gebouw zijn oorspronkelijke uitstraling terug te geven. De restauratie gebeurde trouwens in nauwe samenwerking met de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen. De in de kelder opgeslagen glasvensters zijn hergebruikt in nieuwe ramen en deuren die op de traditionele manier werden vervaardigd. Op de begane grond en de eerste verdieping zijn een onthaal, ontvangstruimtes en sanitair gecreëerd. Alle binnen- en buitenmozaïeken werden gerepareerd, net als de beschadigde marmeren interieurelementen. Aan de straatzijde is het voortuintje onder handen genomen om problemen met insijpelend water in de kelderverdieping op te lossen. Ten slotte hebben de in 1920 opgetrokken gebouwen achteraan een opfrisbeurt gekregen, en ook de parking is aangepast aan de hedendaagse normen, zoals de re-infiltratie van regenwater in de bodem.

Verder zijn in het gebouw moderne voorzieningen aangebracht, zoals een toegang voor personen met beperkte mobiliteit. Ook de isolatie werd gemoderniseerd en voldoet nu aan alle brandveiligheidsnormen.

Tot slot hebben we beide panden met elkaar verbonden via een doorgang op de eerste verdieping.

Binnenkort kunnen we onze klanten tijdens een bezoek of een evenement laten kennismaken met het gerenoveerde gebouw.

Door een herenhuis van begin twintigste eeuw te combineren met een moderne en minimalistische uitbreiding, hebben we deze architecturale juweeltjes nieuw leven ingeblazen. De gebouwen beantwoorden dan ook aan alle technologische vereisten voor dagelijks gebruik door zowel onze klanten als onze medewerkers.

 
 
Nederlands
Nederlands Français