Corporate

Ontbijt met Jacques Delen: ‘Je kan niet net op tijd voorzichtig worden’

02 februari 2019 | Corporate

Hij liet Bank Delen uitgroeien van een wisselkantoortje tot een hyperperformante vermogensbeheerder. Maar u zult hem niet horen stoefen. Ontbijt met De Tijd.

‘Kan die chauffage niet aan? Hoe werkt die eigenlijk?’ Het is aan de frisse kant in de vergaderzaal waar Jacques Delen ons ontvangt. We bevinden ons op de twaalfde en bovenste verdieping van de BP Building in Antwerpen, met een prachtig uitzicht op een witgesneeuwde stad. Maar binnen mag van dat winterse tafereel iets minder merkbaar zijn, vindt Delen. Alleen is het even zoeken hoe de thermostaat functioneert. ‘We zijn ook maar huurders’, grinnikt de voorzitter van vermogensbeheerder Bank Delen verontschuldigend.

Het bedrijf palmt maar tijdelijk de bovenste verdiepingen van het gebouw in. Delen wijst als verklaring uit het raam naar enkele kranen die een paar 100 meter verder druk in de weer zijn om de eigenlijke hoofdzetel - een reeks statige herenhuizen, verbonden door een glazen gang - in een nieuwe jas te steken. De renovatie moet het uiterlijk van de private bank in overeenstemming brengen met het innerlijk: het moderne, oerstabiele en kerngezonde bedrijf dat Delen er door de decennia heen van wist te maken, sinds 1992 met Ackermans & van Haaren als medeaandeelhouder.

Bank Delen werd in 1936 als wisselkantoor opgericht door pater familias André Delen. In de jaren zeventig ging zoon Jacques, het achtste en laatste kind van de familie, met twee broers (Paul en Jean) aan de slag voor de familiezaak, aanvankelijk ook als wisselagent. Maar het was altijd duidelijk dat er iets meer sluimerde in de jonge Jacques. ‘Als ik met klanten bezig was, dan viel mijn vader soms binnen. ‘Oppassen met hem, hé’, riep hij dan. ‘Dat is een commerçant!’ Dan kon ik van nul herbeginnen met mijn verkoopspraatje. (lacht)’

Vader André had een punt. Nadat hij in 1975 de teugels doorgaf aan zijn jongste zoon, begon de familiebusiness stap voor stap aan een opmerkelijk groeitraject. Vandaag is dat wisselkantoortje met drie werknemers de meest performante vermogensbeheerder van het land, met 425 mensen in dienst verspreid over de Benelux en 30 miljard euro onder beheer – 40 miljard als je het Verenigd Koninkrijk meetelt. Of Delen daar soms stil bij staat, polsen we? ‘Het is een mooi verhaal’, geeft hij toe. Om dan in één adem eraan toe te voegen: ‘Maar ik wil niet stoeferig klinken.’

Fotograaf: Siska Vandecasteele

Het typeert de bankier, die nuchterheid en voorzichtigheid met de paplepel binnenkreeg. ‘Mijn vader is geboren in 1904’, vertelt Delen. ‘Hij heeft dus zowat alles meegemaakt wat je maar kon meemaken qua maatschappelijke en financiële schokken. Twee wereldoorlogen, een paar stevige beurscrisissen, de staalcrisis, de kolencrisis, noem maar op. Dat heeft hem gevormd, het maakte hem erg voorzichtig. En dat is een eigenschap die hij aan al zijn kinderen heeft doorgegeven. Hij zei altijd: je kan niet net op tijd voorzichtig worden. Zelfs als de hemel blauw is, hebben we een paraplu bij de hand.’

‘Aan die houding hebben we ook een argwaan voor schulden overgehouden. Alles wat we deden, moest gefinancierd worden met geld dat eerst was verdiend. In het bedrijf, maar ook privé. We mochten van hem zelfs niet lenen om een huis te kopen. Dat was wellicht wat overdreven, maar hij had te veel mensen zien bezwijken onder hun schuldenlast. In de jaren ‘30 kocht hij het ouderlijk huis voor een vierde van de prijs waarvoor het een paar jaar eerder was verkocht. De kopers hadden zich te diep in de schulden gestoken. Die angst voor schulden, heeft ervoor gezorgd dat de groei van ons bedrijf wat langer heeft geduurd. Maar het staat nu wel op beton.’

Nuchterheid maakt inherent deel uit van wie Delen is. De bankier praat, tussen kleine hapjes pistolet door, voorzichtig. Hij wikt zijn woorden. Onderwerpen waar hij zich aan zou kunnen verbranden, laat hij liever voor wat ze zijn. ‘Over politiek praat ik niet graag, dat is mijn rol niet’, zegt hij dan. ‘Ik ben bang om foute dingen te zeggen, om iemand voor de borst te stoten. Dat is mijn business niet.’

Zelfs over onderwerpen die in de sector voor verhitte debatten en boosheid zorgen, geeft Delen geen krimp. Als we de recente regulering ter sprake brengen, die een hoop administratieve verplichtingen oplegt aan zijn sector, haalt Delen net niet de schouders op. ‘We dragen de geest van die wetgeving, die bedoeld is om consumenten beter te beschermen, al lang mee in onze buik. Maar blijkbaar zijn er banken in Europa die zulke regels nodig hebben. Dan is het goed dat zo’n wetgeving bestaat, als er zo accidenten vermeden kunnen worden.’

‘Wil dat zeggen dat ik ervoor sta te springen? Nee. De voorbije jaren hebben we dertig procent van onze IT’ers eigenlijk permanent op het implementeren van regulering moeten zetten. Dat zijn mensen die ik liever aan een product of dienstverlening zou laten programmeren. Maar dat is niet het einde van de wereld, hé. En het zal nu wel ver gedaan zijn, zeker? Alhoewel, dat zeg ik al sinds de jaren ‘90. (lacht).’

Dat de impact van de nieuwe regulering op Bank Delen beperkt blijft, ligt er vooral aan dat Delen door de jaren heen zowat zijn hele back office – de hele administratie zeg maar - wist te digitaliseren. Dat begon al in de jaren ‘70, toen hij overschakelde van potlood en papier op een Olivetti-computer waar hij de gegevens van 150 klanten op kon bewaren, in een zelfgeschreven programma. Door de jaren heeft Delen die obsessie met efficiëntie - ‘dat zit in mijn genen’ - doorgetrokken tot in het extreme. In die mate dat Bank Delen in de sector wel eens ‘de bank met meer informatici dan bankiers’ wordt genoemd.

Delen heeft naar eigen zeggen dan ook geen schrik van een fintechrevolutie. ‘Ja, het gaat sneller dan vroeger. Als je dan elke stap in de digitalisering hebt gemist, dan bestaat de kans dat je door de realiteit wordt ingehaald. Maar dat kan je van Bank Delen moeilijk beweren. We zijn al dertig jaar mee met alles wat er beweegt. IT ligt hier in de bovenste schuif qua aandacht. Daar zijn we lang een vreemde eend mee geweest in onze sector, maar efficiëntie is de basis van ons bedrijf.’

Fotograaf: Siska Vandecasteele

Bank Delen is op wel meer punten een vreemde eend, blijkt even later. Terwijl Delen terugblikt op het groeitraject, geeft hij zijn belangrijkste ondernemersles mee. ‘Ik heb er altijd over gewaakt dat er nergens tegenstrijdige belangen konden ontstaan. Als je alle neuzen in dezelfde richting krijgt, dan is dat een heel krachtig gegeven. Mede daarom hebben we in 1991 de bonussen afgeschaft.’

Een bank zonder bonussen klinkt als een café zonder bier. Maar Delen gaat er prat op dat het werkt. ‘In ‘90 gingen de beurzen 30 procent onderuit. Een medewerker sprak me aan en zei dat hij nooit harder had gewerkt dan toen om klanten gerust te stellen en aan boord te houden, maar dat hij ook minder verdiende. ‘Dat begrijp ik niet’, zei die man. Wel, hij had gelijk. Vanaf dan hebben we bonussen afgeschaft en dat budget verwerkt in de vaste vergoedingen. Iedereen aan hetzelfde zeel.’

Delen schenkt een koffie in. ‘Zit mijn das goed?’, vraagt hij snel, als hij ziet dat de fotografe haar camera in de aanslag houdt. Het oog wil ook wel wat, zeker bij Bank Delen. Door de jaren heen is de naam van de vermogensbeheerder vergroeid geraakt met kunst in België, onder andere als sponsor van kunstbeurs Brafa en als ondersteuner van jonge kunstenaars. Daar is een deel eigenbelang mee gemoeid, in die zin dat er een aardige overlap is tussen kunstfans en het publiek waar een vermogensbeheerder zich graag bij in de kijker zet.

Maar de link gaat verder, zegt Delen. ‘De liefde voor schilderkunst is iets dat Filips De Ferm, een vroeger directielid, hier heeft binnengebracht. Maar ook daarvoor was al een passie voor al wat mooi is aanwezig in onze bedrijfscultuur. Mijn echtgenote Marie-Alix is bezig met interieur en decoratie, iets wat ze ook aan onze dochter heeft doorgegeven. In de jaren zeventig ontvingen we onze klanten in wat we vandaag een IKEA-omgeving zouden noemen. Zij hebben daar verandering in gebracht, ons een eigen stijl gegeven. Die twee dingen gecombineerd hebben ons een imago gegeven van bank met een hart voor kunst. Het is maar logisch dat we dat imago ook uitdragen.’

Al worstelt Delen naar eigen zeggen ook met het elitaire imago dat aan zijn business hangt. ‘Het is een mythe dat private banking enkel voor de happy few is. Dat is helemaal niet zo, er is geen echt minimum. Wij werken met een model van discretionair beheer, wat ons toelaat om iedereen even goed te bedienen, groot of klein. OK, die grote klant zal waarschijnlijk wat meer gezien worden doorheen het jaar. Maar op het einde van de dag is het rendement voor iedereen binnen zijn risicoprofiel hetzelfde. We zijn zelf klein begonnen, we sturen niemand weg.’

Het gesprek loopt op zijn einde. Delen, die dit jaar 70 wordt, heeft nog meer te doen vandaag. Zijn agenda is bijzonder druk voor iemand die al jaren geen dagelijkse verantwoordelijkheid meer draagt. Aan stoppen denkt hij niet. Ook al zijn twee van zijn drie kinderen ondertussen actief in het familiebedrijf, en lijkt de opvolging dus verzekerd. Zoon Alexandre is hoofd IT, dochter Anne-Sophie is verantwoordelijk voor de marketing. De jongste, Marie-France, studeert nog.

Of het een evidentie was dat de kinderen in het bedrijf zouden stappen, polsen we nog. Delen ontkent. ‘Ik heb mijn kinderen verteld dat ze hun passie moesten vinden. Als die buiten het bedrijf zou liggen, zou ik daar geen problemen mee hebben. Alleen lanterfanten zou ik nooit dulden. Ze hebben allebei gevonden wat ze graag doen. En dat ze die passie kunnen ontplooien voor het bedrijf, dat stemt me natuurlijk tevreden. Maar dat was nooit een uitgemaakte zaak. Ik wil mijn kinderen vooral gelukkig zien.’

 
 
Nederlands
Nederlands