Cadelam

“Je kunt niet af en toe voorzichtig zijn”

01 augustus 2018 | Cadelam

In het dossier Vermogensbeheer 2018 van de krant De Standaard kwam Paul de Meyer, analist en fondbeheerder bij Capfi Delen Asset Management, aan het woord. Hieronder leest u het eerste deel. Lees ook het artikel met de vijf favoriete aandelen van Paul De Meyer.

Hoe stellen fondsbeheerders een fonds samen en hoe zorgen ze voor de opvolging? Een openhartig gesprek met Paul De Meyer, analist en fondsbeheerder bij Capfi Delen Asset Management.

Voor iemand met ettelijke miljarden euro’s onder zijn beheer zit Paul De Meyer erg ontspannen achter zijn bureau in de Antwerpse BP-building van architect Léon Stynen. Samen met een team van analisten en portefeuillebeheerders, in totaal veertien mensen, waakt hij over de fondsen van Capfi Delen Asset Management, de fondsbeheervennootschap van Bank Delen.

Doet dat nog iets met een mens, miljarden beheren en wekelijks miljoenentransacties uitvoeren, willen we weten.

“In de samenstelling van de fondsen kijk ik eerder naar de percentages dan naar de bedragen”, glimlacht De Meyer. “Maar de allereerste keer dat ik hier een order van 250.000 euro uitvoerde, heb ik het wel tien keer gecontroleerd. Nu gaat er regelmatig voor 25 miljoen euro aan orders buiten – die weliswaar eerst nog via de trading desk passeren.”

Aan dat order is natuurlijk wel een uitgebreid onderzoek- en consultatieproces voorafgegaan. Hoe gaat dat precies in zijn werk, een beleggingsfonds opbouwen?

Paul De Meyer tovert een paar taartgrafieken op een scherm dat tegen de muur hangt. “Wanneer we een nieuw fonds willen lanceren, vragen we ons op voorhand af wat we ermee willen bereiken in de gegeven marktomstandigheden. Hoe willen we de portefeuille geografisch spreiden? Welke sectoren willen we meenemen? Welke activa (aandelen, obligaties of andere) moeten er in welke verhouding vertegenwoordigd zijn? En in welke munten willen we beleggen? Vervolgens leggen we per blokje de kenmerken van elke activaklasse vast. Het is belangrijk om dezelfde kenmerken voor de hele portefeuille te bepalen en er niet zomaar wat in te stoppen. Aangezien we bij Delen voor een beperkt fondsengamma opteren, doorlopen we dat proces niet zo vaak. Het gros van de tijdsbesteding gaat naar de opvolging van de bestaande fondsen en daar volgen we een andere weg. Het team vertrekt vanuit een gegeven situatie, de marktomstandigheden en de toekomstverwachtingen. Op basis daarvan stellen we de vraag of we ons nog comfortabel voelen bij de samenstelling van het fonds. Wanneer er bijvoorbeeld signalen komen dat een bepaalde sector overgewaardeerd is of door issues in de problemen kan komen, zullen we bepaalde activa verkopen.” Het is wat men de goedehuisvaderaanpak noemt: een grondige screening van de activa, een zorgvuldige spreiding van het risico over sectoren, regio’s en activaklassen, en een gedegen opvolging. “Als we van mening zijn dat de risico’s ergens te groot dreigen te worden, zullen wij doorgaans tot verkoop overgaan”, klinkt het. “Maar uitzonderlijk doen we net het omgekeerde. Het kan voorkomen dat de media of markt de situatie overdrijven, en dan is er net een koopopportuniteit.”

Opportuniteiten

Een voorbeeld? “Naar aanleiding van de eurocrisis van 2011 screenden we onze portefeuille op de risico’s die dit met zich meebracht. We hadden zeer weinig risico’s op banken, geen blootstelling aan de perifere landen, maar wel een kleine blootstelling aan bedrijfsobligaties van perifere landen. Wij waren ervan overtuigd dat bepaalde van die perifere bedrijven naar beneden werden getrokken door het heersende sentiment, maar in feite onterecht. Een bedrijf als Telefónica is eigenlijk maar voor zo’n 25 procent actief in Spanje: dat was op dat moment een interessante, goedkope obligatie met een rendement van meer dan 4 procent.”

Lange termijn

Als de assetmanagers van Capfi Delen een aandeel kopen, is dat in principe voor de lange termijn, zeg gerust vijf à tien jaar. “Wij verkopen niet automatisch als een aandeel met 10 procent stijgt, we overwegen dit wel als het heel sterk stijgt of heel sterk daalt. We kopen bij als onze appreciatie goed blijft en zullen verkopen als we niet meer superenthousiast zijn. Als een positie heel groot wordt en we blijven enthousiast, dan mag dat – Umicore is daar een goed voorbeeld van, ook al is de koers verdrievoudigd sinds we het voor het eerst in onze portefeuille namen. Als het risico echter onaanvaardbaar toeneemt, zullen we desnoods met verlies verkopen.”

Met deze beleggingstechniek op basis van fundamentele analyse verworden beurscrashes of crisissen tot randfenomenen. Waar het om gaat is de overtuiging dat een bepaald aandeel correct geprijsd is, dat de business goed is, de marges gunstig, het bedrijf goed geleid wordt en veerkrachtig is – criteria die regelmatig worden afgetoetst aan de evoluerende werkelijkheid. In totaal volgt het team zo’n 150 aandelen van nabij op en een vierhonderdtal obligaties, die over de verschillende portefeuilles worden gespreid. “De risicovollere aandelen brengen we eerder onder in de aandelenfondsen, de minder risicovolle in de gemengde fondsen. Sommige kleinere aandelen, zoals een Belgische small cap, kunnen we niet voor alle klanten aankopen: die brengen we dan onder in specifiekere, kleine fondsen. Omdat we anders een te grote participatie zouden hebben in een bedrijf en omdat een klein bedrijf volatieler kan zijn, en daar houden onze klanten niet van.”

Je mag nog zo gediversifieerd en risicoavers belegd zijn, bij een grote beurscorrectie deelt iedereen in de klappen. Ook Capfi Delen. “Dat klopt, maar volatiliteit is niet hetzelfde als risico. Risico betekent dat je je geld kwijt kunt raken. Volatiliteit betekent dat je je geld kwijt kunt raken als je op het verkeerde moment verkoopt. Zorg er dus voor dat je nooit gedwongen wordt te verkopen en dat je altijd voldoende liquiditeit hebt. Daar waken wij zorgvuldig over. Om een cijfer te noemen: in onze vier grootste fondsen vervalt er elk kwartaal een half miljard. Onder andere daardoor beschikken we te allen tijde over voldoende liquide middelen.”

Voorzichtigheid

Voorzichtigheid is de leidraad bij het beheer van Capfi Delen. “We beleggen heel weinig in banken, alleen als we begrijpen wat ze doen. Als iets heel populair is, gaan we er niet automatisch in mee. We zullen ons er wel in verdiepen en trachten het te begrijpen. Soms is de vraag bij de klanten zo sterk dat we een apart fonds creëren dat we als dynamisch aan de man brengen, en alleen voor wie er nadrukkelijk naar vraagt. Dat hebben we in 2000-2001 gedaan voor technologie – en dat fonds heeft geleden onder de neergang van de technologiesector. De spreiding en selectie lieten wel toe de schade te beperken in vergelijking met directe investeringen in technologiewaarden. In volle eurocrisis hebben we op verzoek een apart fonds gecreëerd met alle munten behalve de euro en het rendement is niet fantastisch.”

Zijn er momenten dat Paul De Meyer en zijn team een trend onderschatten of gewoonweg de bal missloegen?

Hij denkt even na. “We hebben de laatste jaren twee strategische keuzes gemaakt die ons wel wat opportuniteitskosten hebben opgeleverd. Zo hebben we een relatief beperkte geografische blootstelling aan de V.S., terwijl dat land het al vijf à tien jaar veel beter doet dan Europa. Reden: de te hoge waarderingen en de grotere risicoappetijt, die – toegegeven – minder voorzichtige beleggers wel de nodige opbrengsten heeft opgeleverd. Een van onze argumenten om Europa te verkiezen boven de V.S. is dat je in Europa 4 procent dividendrendement kunt halen op aandelen, terwijl dat in de V.S. slechts 1,8 procent is. Wat obligaties betreft, zijn we naar steeds kortere looptijden geëvolueerd. Ondertussen beperken we de gemiddelde looptijd van de portefeuilles tot één à anderhalf jaar, terwijl dat een paar jaar geleden nog twee tot drie jaar was. De reden? In Duitsland krijg je voor tienjarige obligaties een opbrengst van 0,5 procent. Als de rentevoet stijgt naar 1,5 procent, verlies je dus ongeveer 10 procent op die obligatie. Ben je bereid om de kans te lopen 10 procent te verliezen als je maximaal een halve procent per jaar kunt winnen? Wij blijven dat een slecht idee vinden, ook al hebben we tot op heden ongelijk gekregen. Maar ik citeer graag Jacques Delen, onze huidige voorzitter en ex-CEO: “Voorzichtig word je niet, dat bén je.” Je kunt niet af en toe voorzichtig zijn, het is een consequente attitude.”

Betekent dit dat Paul De Meyer nooit wakker ligt van zijn beleggingen?

“Wakker liggen zou betekenen dat we van iets een groot percentage hebben of dat er een hoog risico is op het niveau van de portefeuille en dat is nooit het geval. Derivaten en futures gebruiken we vrijwel uitsluitend ter bescherming. We zijn heel gediversifieerd en kunnen alles te boven komen. In 2008 heb ik wel minder geslapen vanwege de adrenaline. ’s Avonds veranderde soms de wereld en ’s morgens moest je mee zijn.”

Wat geeft Paul De Meyer de meeste voldoening?

“Als ik aan een investeerder een beslissing uitleg en hij zegt op het einde: “Je hebt gelijk.” Zelfs als hij daardoor op dat ogenblik een minder rendement heeft gerealiseerd. Uiteindelijk moeten wij samen een verhaal van de lange termijn opbouwen. We trachten dat intern beredeneerd en via consensus te doen, maar de markt geeft ons niet altijd gelijk. Wij proberen onze klanten te ontzorgen. Wij zoeken mensen die ons de vrije hand willen geven om hun vermogen te beheren. In goede tijden lukt het makkelijk om klanten te overtuigen. Als het ook lukt in minder goede tijden, dan ben je goed bezig.”

Bron: De Standaard, dossier vermogensbeheer 2018