Berekening

Hoe wordt het aandeel van een titularis in een effectenrekening bepaald?
Welke methode wordt gebruikt voor de berekening?
Wie berekent de taks?
Wat indien er meerdere effectenrekeningen zijn?
U heeft een rekening afgesloten gedurende het jaar, wordt de taks dan toch voor een volledig jaar berekend?
U bent slechts Belgische resident geweest gedurende een bepaald gedeelte van de referentieperiode. Wordt de taks dan berekend/betaald over de hele periode?

Hoe wordt het aandeel van een titularis in een effectenrekening bepaald?

De taks wordt berekend per titularis. Indien er meerdere titularissen zijn op rekening dan wordt iedere titularis geacht een gelijke waarde te bezitten, ongeacht het werkelijke aandeel van de titularissen. Ten opzichte van de bank is dit vermoeden onweerlegbaar, men kan het wel weerleggen ten aanzien van de fiscus.

Voorbeeld 1: Een rekening in onverdeeldheid met 4 titularissen waarvan de ouders elk 40% aanhouden en de twee kinderen elk 10%: voor de berekening zal iedere persoon worden vermoed een aandeel van 25% te hebben in de rekening. Het is voor de bank niet toegestaan om rekening te houden met het werkelijke aandeel, ook al zou dit gekend zijn.

Voorbeeld 2: Een rekening in vruchtgebruik-blote eigendom met 4 titularissen: de ouders hebben het vruchtgebruik en de twee kinderen de naakte eigendom. Ook hier wordt iedere persoon vermoed een aandeel van 25% te hebben. De bank mag de reële waarde van het vruchtgebruik niet in aanmerking nemen.

Voor een onverdeeldheid tussen één of meer natuurlijke personen en één of meer rechtspersonen wordt enkel gekeken naar het aantal natuurlijke personen om het proportionele aandeel in de rekening per natuurlijke persoon te bepalen. Er wordt dus abstractie gemaakt van de rechtsperso(o)n(en).

Voorbeeld: Een BVBA in onverdeeldheid met 2 natuurlijke personen: het aandeel van elke natuurlijke persoon wordt vermoed 50% te bedragen.

Wordt echter een rekening in onverdeeldheid aangehouden tussen één of meerdere Belgische residenten en één of meerdere niet-residenten die op basis van de lijst zijn vrijgesteld dan wordt er wel rekening gehouden met de niet-residenten om het breukdeel te bepalen.

Voorbeeld: 2 Belgische rijksinwoners in onverdeeldheid met 2 Belgische niet-inwoners verblijvend in Nederland: het aandeel van elke Belgische resident wordt vermoed 25% te bedragen.

Welke methode wordt gebruikt voor de berekening?

De taks wordt berekend per referentieperiode aan de hand van fotomomenten (foto’s). De belastbare waarde op elk fotomoment wordt opgeteld en gedeeld door het aantal foto’s om het gemiddelde te berekenen.

De eerste normale referentieperiode liep van 10/03/2018 (= datum van inwerkingtreding van de wet) tot 30/09/2018. De tweede normale referentieperiode loopt van 01/10/2018 tot 30/09/2019. Voor de daaropvolgende normale referentieperiodes is eveneens voorzien dat zij op jaarbasis verderlopen.

Naast de normale referentieperiode kan een referentieperiode echter ook vervroegd eindigen waardoor de taks vervroegd verschuldigd wordt. Dit is het geval wanneer iemand wordt geschrapt van een rekening (dan eindigt de referentieperiode voor de persoon die wordt geschrapt) of wanneer een rekening wordt afgesloten (dan eindigt de referentieperiode voor alle titularissen op de rekening).

Tijdens de eerste referentieperiode waren er 3 vaste foto’s voorzien: op 31/03, 30/06 en 30/09. De daaropvolgende referentieperiodes hebben telkens 4 vaste fotomomenten: 31/12, 31/03, 30/06, 30/09.

Een foto wordt telkens genomen op het einde van de dag voor alle titularissen op rekening.

Naast de vaste fotomomenten kunnen er ook bijkomende foto’s worden genomen. Dit is het geval wanneer:

  1. Iemand geschrapt wordt van een rekening – de waarde wordt verdeeld zonder rekening te houden met de persoon die wordt geschrapt (deze persoon heeft altijd een nulfoto)
  2. Iemand toegevoegd wordt aan een rekening – de waarde wordt verdeeld rekening houdend met de persoon die wordt toegevoegd
  3. Een rekening wordt afgesloten – altijd nulfoto: de rekening kan niet worden afgesloten als er nog effecten op staan
  4. Een rekening wordt geopend – meestal nulfoto: de effecten worden pas later ingeboekt

Voorbeeld:
Een rekening met 4 titularissen ter waarde van 2.000.000 EUR. Wegens overlijden wordt 1 titularis geschrapt op 15/08.

Foto 1 op 31/12 (vaste foto): 500.000 EUR per titularis (4 titularissen)
Foto 2 op 31/03 (vaste foto): 500.000 EUR per titularis (4 titularissen)
Foto 3 op 30/06 (vaste foto): 500.000 EUR per titularis (4 titularissen)
Foto 4 op 15/08 (bijkomende foto: overledene wordt geschrapt): 666.666 EUR per titularis (3 titularissen) + 0 EUR (titularis-overledene)
Foto 5 op 30/09 (vaste foto): 666.666 EUR per titularis (3 titularissen)

Voor de 3 personen die overblijven op rekening is de berekening als volgt (voor elke persoon afzonderlijk) – einde referentieperiode op 30/09:
(500.000 EUR + 500.000 EUR + 666.666 EUR + 666.666 EUR) / 5 = 566.666 EUR
Op het bedrag van 566.666 EUR is elke titularis 0,15% verschuldigd.

Voor de overledene is de berekening als volgt – einde referentieperiode op 15/08:
(500.000 EUR + 500.000 EUR + 500.000 EUR + 0) / 4 = 375.000 EUR

Op het bedrag van 375.000 EUR is geen effectentaks verschuldigd indien de overledene geen andere effectenrekeningen had of indien de waarde daarvan globaal gezien kleiner is dan 500.000 EUR.

Wie berekent de taks?

Heeft u een of meerdere effectenrekeningen bij een Belgische tussenpersoon dan is deze tussenpersoon verplicht om een berekening van de taks te maken en ter beschikking te stellen.

Een buitenlandse tussenpersoon is niet verplicht een berekening van de taks te maken.

Wat indien er meerdere effectenrekeningen zijn?

Indien u meerdere effectenrekeningen aanhoudt bij dezelfde Belgische tussenpersoon, dan wordt uw aandeel in deze rekeningen samengevoegd door de tussenpersoon zelf, zowel om te bepalen of u de grens van 500.000 EUR al dan niet bereikt, als om de eventueel verschuldigde taks te berekenen. Dit geldt echter enkel en alleen wanneer de effectenrekeningen dezelfde referentieperiode hebben.

Let op! Hoewel de bank de waarde op uw effectenrekeningen niet samenvoegt over verschillende referentieperiodes heen, is de fiscus van mening dat u dit zelf wel dient te doen, ook indien het gaat om effectenrekeningen bij meerdere Belgische tussenpersonen of zelfs buitenlandse tussenpersonen.

Voorbeeld: U bent de enige titularis van twee effectenrekeningen bij een of meerdere Belgische tussenpersonen* (rekening A: 400.000 EUR en rekening B: 700.000 EUR). Rekening A wordt afgesloten op 15/08 zonder transfert naar rekening B. De andere rekening B blijft bv. bestaan tot 30/09. Dan ontvangt u in principe twee afzonderlijke brieven met een afzonderlijke berekening van de taks, een brief in de loop van de maand september en een brief in de loop van de maand oktober. De eerste brief zal een opt-in brief zijn: u krijgt de mogelijkheid om de taks bevrijdend te laten inhouden door de bank. De tweede brief zal u informeren over het feit dat de taks reeds bevrijdend werd ingehouden door de bank.

Dient u bij de eerste brief voor de opt-in te kiezen? Volgens de fiscus dient u dit inderdaad te doen (tenzij u zelf een aangifte doet) aangezien de waarde op rekening A dient te worden samengevoegd met de waarde op rekening B.

*Dit standpunt van de fiscus geldt ook indien u Belgisch resident bent en er zijn buitenlandse effectenrekeningen betrokken, maar dan dient u mogelijk zelf een berekening te maken en de waardes, zo nodig, samen te voegen.

U heeft een rekening afgesloten gedurende het jaar, wordt de taks dan toch voor een volledig jaar berekend?

Er wordt niet gekeken naar het aantal dagen dat u een effectenrekening hebt aangehouden om de taks te berekenen. De taks wordt dus niet pro rata temporis berekend.

Voorbeeld: Afsluiting van een rekening op 24/07
Foto 31/01: 1.200.000 EUR
Foto 31/03: 1.200.000 EUR
Foto 30/06: 1.200.000 EUR
Foto bij afsluiting 24/07: 0 EUR
Gemiddelde 900.000 EUR

Voor de inhouding, aangifte en betaling in een dergelijk geval: zie hier.

U bent slechts Belgische resident geweest gedurende een bepaald gedeelte van de referentieperiode. Wordt de taks dan berekend/betaald over de hele periode?

Om te bepalen of de taks van toepassing is wordt gekeken naar de fiscale verblijfplaats op het moment waarop de taks opeisbaar wordt. Dit is de dag die volgt op het einde van de referentieperiode. Voor de eerste normale referentieperiode is dit dus op 1 oktober 2018.

Bent u op dat moment geen Belgisch resident meer, maar bent u nog wel titularis van een of meerdere Belgische effectenrekeningen, dan moet er gekeken worden naar het land waarnaar u verhuisd bent. Komt dit land voor op de “vrijgestelde” lijst dan betaalt u geen taks, staat het daarentegen op de “niet-vrijgestelde” lijst dan betaalt u mogelijk wel taks op uw Belgische effectenrekeningen.

Omgekeerd geldt dezelfde redenering, bent u Belgisch resident geworden in de loop van de referentieperiode dan bent u mogelijk taks verschuldigd op zowel uw binnenlandse als buitenlandse effectenrekeningen en dit voor de volledige referentieperiode, zelfs indien u officieel bent verhuisd op bv. 30 september 2018. De berekening gebeurt dan ook over de volledige referentieperiode.

Indien u België zou verlaten of u in België zou vestigen is het steeds aangewezen om de bank hierover zo snel mogelijk te informeren.

 
 
Nederlands
Nederlands Français